Art. 621 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Voor zover de regelmatigheid van de verrichtingen er niet door wordt beïnvloed, kunnen de douaneautoriteiten, onder de andere door haar vastgestelde voorwaarden toestaan dat:

a) enerzijds, ingevoerde goederen zonder douaneformaliteiten van het kantoor van plaatsing naar de bedrijfsruimten van de veredelaar worden overgebracht en, anderzijds, de veredelingsprodukten of goederen in ongewijzigde staat zonder douaneformaliteiten van het bedrijf van de veredelaar naar het kantoor van aanzuivering worden overgebracht;

b) de in bijlage 83 bedoelde formulieren vooraf worden gewaarmerkt of door de veredelaar worden ingevuld en afgestempeld met een speciale door haar goedgekeurde metalen stempel;

c) de formaliteiten worden vervuld met gebruikmaking van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking indien het betrokken systeem de correcte toepassing van dit hoofdstuk waarborgt.

2. Wanneer lid 1, onder a), wordt toegepast, brengen het kantoor van plaatsing en het kantoor van aanzuivering het controlekantoor op de hoogte van, respectievelijk, de plaatsing van de invoergoederen onder de regeling en de uitvoer van de veredelingsprodukten of de goederen in ongewijzigde staat, door de toezending van een extra exemplaar van de te dien einde ingediende aangifte en de bijgevoegde stukken.