Art. 50 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De afmetingen van het certificaat bedragen 210 × 297 mm, waarbij in de lengte een afwijking van 5 mm minder of 8 mm meer is toegestaan. Het te gebruiken papier is wit, houtvrij, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is, met een gewicht van ten minste 64 g per m2 of tussen 25 en 30 g per m2 wanneer luchtpostpapier wordt gebruikt. Het is voorzien van een bisterkleurige, geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.
2. Het aanvraagformulier wordt gedrukt in de officiele taal of talen van de Lid-Staat van uitvoer. Het formulier van het certificaat van oorsprong wordt gedrukt in een of meer van de officiële talen van de Gemeenschap, of in een andere taal, al naar gelang van de behoeften en de gebruiken van de handel.
3. De Lid-Staten kunnen het drukken van de formulieren van de certificaten van oorsprong voorbehouden of overlaten aan drukkerijen die daartoe zijn goedgekeurd. In dit geval moet op elk formulier van het certificaat van oorsprong een verwijzing voorkomen naar die goedkeuring. Op elk certificaat van oorsprong worden naam en adres van de drukker vermeld of een teken waardoor deze geïdentificeerd kan worden. Het bevat daarenboven een volgnummer, gedrukt of door middel van een stempel aangebracht, waardoor het van andere certificaten te onderscheiden is.