Art. 448 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Wanneer, overeenkomstig artikel 446, gebruikmaking van de regeling communautair douanevervoer verplicht is bij het vervoer van goederen over zee vanuit een haven in de Gemeenschap, kunnen de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, op verzoek van de betrokken scheepvaartmaatschappijen en onder de in de leden 2 tot en met 10 gestelde voorwaarden, de procedures voor het communautair douanevervoer vereenvoudigen door toe te staan dat het bij deze goederen behorende manifest gebruikt wordt als aangifte of document voor communautair douanevervoer.

2. Na ontvangst van het verzoek wordt dit door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar de scheepvaartmaatschappij is gevestigd ter kennis gebracht van de douaneautoriteiten van de andere Lid-Staten op het grondgebied waarvan de voorziene havens van vertrek en bestemming zijn gelegen.

Indien hiertegen binnen 60 dagen na kennisgeving geen bezwaar is gemaakt, verlenen de douaneautoriteiten de betrokken scheepvaartmaatschappij de gevraagde vergunning. Deze vergunning geldt in alle betrokken Lid-Staten als een bilaterale of multilaterale regeling als bedoeld in artikel 97, lid 2, onder a), van het Wetboek.

Wanneer deze vergunning niet wordt verleend, is de in de artikelen 341 tot en met 380 omschreven regeling communautair douanevervoer van toepassing.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor alle belanghebbenden, met inbegrip van scheepvaartmaatschappijen die een dergelijke vergunning hebben verkregen om, in voorkomend geval, de in de artikelen 341 tot en met 380 omschreven regeling communautair douanevervoer toe te passen.

3. De in lid 1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend aan scheepvaartmaatschappijen die:

- een administratie voeren aan de hand waarvan de douaneautoriteiten hun activiteiten kunnen controleren;

- geen ernstige of herhaalde inbreuken op de douane- en belastingwetgeving hebben gepleegd;

- manifesten gebruiken die:

- ten minste de naam en het volledige adres van de betrokken scheepvaartmaatschappij, de identiteit van het schip, de plaats van lading en van lossing en het connossement bevatten en voor elke zending het nummer, de aard, de merken en nummers van de colli, de omschrijving van de goederen, de brutomassa in kilogram en, in voorkomend geval, de nummers van de containers;

- voor de douaneautoriteiten gemakkelijk te gebruiken en te controleren zijn;

- vóór het vertrek van het betrokken schip naar behoren ingevuld en ondertekend kunnen worden overgelegd aan de douaneautoriteiten.

4. In de in lid 1 bedoelde vergunning wordt bepaald dat, wanneer de zending zowel goederen bevat die onder de regeling extern communautair douanevervoer worden vervoerd als goederen die op grond van artikel 163 van het Wetboek en artikel 311 onder de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd, elke categorie goederen op een afzonderlijk manifest moet worden vermeld.

5. Het (de) in de leden 1 en 3 bedoelde manifest(en) bevat (bevatten) een door de scheepvaartmaatschappij gedateerde en ondertekende aantekening waaruit blijkt dat het (de) manifest(en) als aangifte voor communautair douanevervoer dienst doet (doen) en waarin de douanestatus van de goederen is vermeld. Het (de) aldus opgestelde en ondertekende manifest(en) geldt (gelden), al naar gelang van het geval, als aangifte T 1 of T 2.

6. De scheepvaartmaatschappij die goederen vervoert onder geleide van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde manifesten, geldt voor dit vervoer als aangever.

7. Behoudens wanneer de scheepvaartmaatschappij de hoedanigheid van toegelaten afzender in de zin van artikel 398 bezit, worden de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde manifesten ten minste in tweevoud ter aftekening overgelegd aan de douaneautoriteiten van de haven van vertrek, die een exemplaar behouden.

8. De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde manifesten worden ter aftekening overgelegd aan de douaneautoriteiten in de haven van bestemming, die een exemplaar behouden ten einde de goederen eventueel onder douanetoezicht te plaatsen.

9. Onverminderd lid 8 kunnen de douaneautoriteiten van de haven van bestemming eisen dat de manifesten en connossementen betreffende alle in de haven geloste goederen bij hen ter controle worden aangeboden.

10. De douaneautoriteiten van de haven van bestemming zenden de douaneautoriteiten van elke haven van vertrek maandelijks een door de scheepvaartmaatschappijen of hun vertegenwoordigers opgestelde lijst toe van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde manifesten die in de loop van de voorafgaande maand werden aangeboden. Deze lijst wordt door de douaneautoriteiten van de haven van bestemming afgetekend.

Elk manifest wordt op deze lijst omschreven door middel van:

- het referentienummer van het manifest;

- de naam (eventueel afgekort) van de scheepvaartmaatschappij die de goederen heeft vervoerd;

- de datum van het zeevervoer.

Wanneer onregelmatigheden worden vastgesteld met betrekking tot de gegevens van de in deze lijst opgenomen manifesten, stelt het kantoor van bestemming het kantoor van vertrek hiervan in kennis, onder verwijzing naar onder andere de connossementen die betrekking hebben op de desbetreffende goederen die tot de vaststelling hebben geleid.

11. a) Internationale scheepvaartmaatschappijen die zijn gevestigd of een regionaal kantoor hebben in het douanegebied van de Gemeenschap en die voldoen aan de onder b) genoemde voorwaarden, krijgen op hun verzoek toestemming de in de leden 1 tot en met 10 omschreven procedure voor communautair douanevervoer te vereenvoudigen.

Na ontvangst van het verzoek wordt dit door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar de scheepvaartmaatschappij is gevestigd ter kennis gebracht van de douaneautoriteiten van de andere Lid-Staten op het grondgebied waarvan de voorziene havens van vertrek en bestemming zijn gelegen.

Indien hiertegen binnen 60 dagen na kennisgeving geen bezwaar is gemaakt, verlenen de douaneautoriteiten, onder voorbehoud van artikel 97, lid 2, onder a), van het Wetboek, vergunning tot toepassing van de onder c) omschreven vereenvoudigde procedure.

Deze vergunning is in alle betrokken Lid-Staten geldig voor het communautair douanevervoer tussen de in de vergunning genoemde havens.

b) Gebruikmaking van de onder c) bedoelde vereenvoudigde procedure wordt slechts toegestaan aan scheepvaartmaatschappijen die:

- zijn gemachtigd manifesten te gebruiken in overeenstemming met dit artikel;

- een belangrijk aantal geregelde intracommunautaire verbindingen onderhouden;

- veelvuldig goederen verzenden en ontvangen, en die

- zich tegenover de douaneautoriteiten volledig aansprakelijk stellen ten aanzien van hun verplichtingen en medewerking verlenen bij de opsporing van overtredingen en onregelmatigheden.

c) De vereenvoudigde procedure wordt als volgt toegepast:

- de scheepvaartmaatschappij houdt in haar administratie en op de kopieën van de manifesten de gegevens bij inzake de status van alle goederen die zij vervoert;

- de scheepvaartmaatschappij mag één manifest gebruiken voor alle vervoerde goederen en vermeldt, al naar gelang van het geval, T 1, T 2, TE (gelijk aan T 2 ES), TP (gelijk aan T 2 PT) en C (gelijk aan T 2 L) naast elke post van het manifest;

- de regeling communautair douanevervoer wordt als aangezuiverd beschouwd wanneer de manifesten en de goederen bij de douane-autoriteiten in de haven van bestemming zijn aangebracht;

- de douaneautoriteiten in de haven van vertrek verrichten administratieve controles achteraf op basis van een risicoanalyse;

- de douaneautoriteiten in de haven van bestemming verrichten administratieve controles op basis van een risicoanalyse en zenden de douaneautoriteiten in de haven van vertrek ter controle zo nodig de bijzonderheden toe inzake de manifesten;

- de scheepvaartmaatschappij is belast met de vaststelling en mededeling aan de douaneautoriteiten van alle overtredingen of onregelmatigheden, die in de haven van bestemming worden ontdekt;

- de douaneautoriteiten van de haven van bestemming stellen de douaneautoriteiten van de haven van vertrek binnen een redelijke termijn in kennis van alle overtredingen of onregelmatigheden.