Art. 368 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Afgezien van de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen mag het kantoor van vertrek geen hogere zekerheid eisen dan het forfaitaire bedrag van 7 000 ecu per aangifte voor communautair douanevervoer, ongeacht het bedrag van de rechten en andere heffingen die van toepassing zijn op de goederen waarop een bepaalde aangifte betrekking heeft.

2. Wanneer het vervoer van goederen wegens bijzondere omstandigheden een verhoogd risico met zich brengt waardoor de zekerheid van 7 000 ecu onvoldoende is, eist het kantoor van vertrek een hogere zekerheid die het veelvoud van 7 000 ecu bedraagt dat nodig is als zekerheid voor de hoeveelheid te verzenden goederen.

3. Het vervoer van de in bijlage 52 genoemde goederen geeft aanleiding tot een verhoging van het forfaitaire bedrag, indien de hoeveelheid te vervoeren goederen groter is dan de hoeveelheid die overeenkomt met het forfaitaire bedrag van 7 000 ecu.

In dat geval wordt het forfaitaire bedrag gebracht op het veelvoud van 7 000 ecu dat nodig is als zekerheid voor de hoeveelheid te verzenden goederen.

4. In de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen moet de aangever bij het kantoor van vertrek het met het geëiste veelvoud van 7 000 ecu overeenkomende aantal bewijzen van forfaitaire zekerheidstelling inleveren.