Art. 322 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Indien het communautaire karakter moet worden aangetoond van verpakkingen die kennelijk toebehoren aan een in een Lid-Staat gevestigde persoon, die in het intracommunautaire goederenverkeer worden gebruikt en die na gebruik leeg uit een andere Lid-Staat terugkeren, worden deze verpakkingen geacht communautair te zijn:
a) voor zover zij worden aangegeven als communautaire goederen en er geen enkele twijfel bestaat omtrent de juistheid van deze aangifte;
b) in de overige gevallen, overeenkomstig de artikelen 315 tot en met 323.
2. De in lid 1 bedoelde vereenvoudiging wordt toegestaan voor houders, verpakkingen, laadborden en ander soortgelijk materieel, met uitzondering van containers in de zin van artikel 670.