Art. 192 Verordening (EEG) nr. 2454/93
De controle en de formaliteiten die van toepassing zijn op:
1. de handbagage en de ruimbagage van de personen aan boord van een luchtvaartuig dat, van een niet-communautaire luchthaven komend, na een tussenstop in een communautaire luchthaven, deze vlucht moet voortzetten naar een andere communautaire luchthaven, vinden plaats op laatstgenoemde luchthaven voor zover deze een communautaire luchthaven met een internationaal karakter is; in die gevallen wordt de bagage onderworpen aan de voorschriften die gelden voor de bagage van personen die uit derde landen aankomen, wanneer de betrokken persoon niet in staat is om, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten, het communautaire karakter van de goederen die hij vervoert, aan te tonen.
2. de handbagage en de ruimbagage van personen aan boord van een luchtvaartuig dat een tussenstop maakt in een communautaire luchthaven alvorens zijn vlucht naar een niet-communautaire luchthaven voort te zetten, vinden plaats op de luchthaven van vertrek, voor zover deze een communautaire luchthaven met een internationaal karakter is; in die gevallen kan een controle van de handbagage worden uitgevoerd op de communautaire luchthaven waar de tussenstop wordt gemaakt, ten einde vast te kunnen stellen dat de goederen die deze handbagage bevat voldoen aan de voorwaarden die verbonden zijn aan het vrije verkeer binnen de Gemeenschap.
3. de bagage van personen die gebruik maken van een door één enkel vaartuig uitgevoerde scheepvaartdienst die een aantal opeenvolgende trajecten omvat en die is begonnen of eindigt of die een tussenstop maakt in een niet-communautaire haven, vinden plaats in de haven waar deze bagage, al naar gelang van het geval, wordt in- of uitgeladen.