Art. 163 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Voor de toepassing van artikel 32, lid 1, onder e), en artikel 33, onder a), van het Wetboek wordt onder plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap verstaan:

a) voor goederen aangevoerd over zee: de haven van lossing, dan wel de haven van overlading indien de overlading is bevestigd door de douaneautoriteiten van die haven;

b) voor goederen welke zonder overlading, eerst over zee en daarna via binnenwateren zijn aangevoerd: de eerste haven die voor de lossing in aanmerking komt, gelegen hetzij aan de monding van de rivier of het kanaal, hetzij verder landinwaarts, voor zover ten genoegen van de douane wordt aangetoond dat de vrachtprijs tot aan de haven van lossing hoger is dan de vrachtprijs tot aan eerder bedoelde eerste haven;

c) voor goederen welke per spoor, via binnenwateren of over de weg zijn aangevoerd: de plaats waar het eerste douanekantoor is gevestigd;

d) voor op andere wijze aangevoerde goederen: de plaats waar de grens van het douanegebied van de Gemeenschap wordt overschreden.

2. Voor goederen welke het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen en naar een plaats van bestemming in een ander gedeelte van dit gebied worden vervoerd over het grondgebied van Oostenrijk, Zwitserland, Hongarije, Tsjechië en Slowakije of Joegoslavië in haar samenstelling op 1 januari 1991, wordt bij de bepaling van de douanewaarde de eerste plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap in aanmerking genomen, voor zover de goederen rechtstreeks over het grondgebied van Oostenrijk, Zwitserland, Hongarije, Tsjechië en Slowakije of Joegoslavië in de zin zoals hiervoor aangegeven, worden vervoerd en het vervoer over deze grondgebieden een normale weg naar de plaats van bestemming vormt.

3. Voor goederen welke het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen en over zee naar de plaats van bestemming in een ander gedeelte van dit gebied worden vervoerd, wordt bij de bepaling van de douanewaarde de eerste plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap in aanmerking genomen, voor zover de goederen rechtstreeks en langs een normale weg naar de plaats van bestemming worden vervoerd.

4. De leden 2 en 3 blijven eveneens van toepassing indien de goederen om vervoertechnische redenen in Oostenrijk, Zwitserland, Hongarije, Tsjechië en Slowakije of Joegoslavië in de zin van lid 2, werden gelost, overgeladen of tijdelijk opgehouden.

5. Voor goederen die het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen en rechtstreeks worden vervoerd tussen één van de Franse overzeese departementen en een ander deel van het douanegebied van de Gemeenschap, is de plaats van binnenkomst de in de leden 1 en 2 bedoelde plaats, gelegen in het deel van het douanegebied van de Gemeenschap waaruit de goederen herkomstig zijn, mits door de douaneautoriteiten is bevestigd dat de goederen daar gelost of overgeladen zijn.

6. Ingeval de in de leden 2, 3 en 5 gestelde voorwaarden niet zijn vervuld, is de plaats van binnenkomst de in lid 1 bedoelde plaats, gelegen in het deel van het douanegebied van de Gemeenschap waarvoor de goederen bestemd zijn.