Art. 100 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Voor de toepassing van artikel 98, lid 1, onder a), punt ii), en onder b), punt ii), worden materialen die niet van oorsprong zijn geacht een toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan, wanneer het verkregen produkt onder een andere post wordt ingedeeld dan de posten waaronder de bij de vervaardiging gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, worden ingedeeld, onder voorbehoud van de leden 2 en 3.
Artikel 68, lid 1, tweede, derde en vierde alinea, is van toepassing.
2. Een produkt dat in de kolommen 1 en 2 van de lijst in bijlage 19 is genoemd, moet aan de voorwaarden voldoen die voor dit produkt in kolom 3 zijn vermeld, in plaats van aan het bepaalde in lid 1:
a) Onder "waarde" in de lijst in bijlage 19 wordt verstaan de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in het betrokken gebied is betaald. Wanneer de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong moet worden vastgesteld, is het bepaalde onder deze letter a) van overeenkomstige toepassing.
b) Onder "prijs af fabriek" in de lijst van bijlage 19 wordt verstaan de prijs die voor het verkregen produkt is betaald aan de fabrikant in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking heeft plaatsgevonden, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van al het gebruikte materiaal, na aftrek van alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen produkt wordt uitgevoerd.
3. Voor de toepassing van artikel 98, lid 1, onder a), punt ii), en onder b), punt ii), worden de in artikel 68, lid 3, onder a) tot en met h), bedoelde be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of deze al dan niet leiden tot een wijziging van post.