Art. 23 Verordening (EEG) nr. 404/93
1. Indien in de Gemeenschap de markt voor een of meer van de in artikel 1 bedoelde produkten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan die de doeleinden van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen, kunnen in het handelsverkeer met derde landen passende maatregelen worden toegepast totdat deze verstoring opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is.
2. Indien de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, beslist de Commissie op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief over de noodzakelijke maatregelen, die aan de Lid-Staten worden meegedeeld en onmiddellijk van toepassing zijn. Indien bij de Commissie een dergelijk verzoek van een Lid-Staat wordt ingediend, beslist zij hierover binnen drie werkdagen na de ontvangst van het verzoek.
3. Iedere Lid-Staat kan de maatregel van de Commissie binnen drie werkdagen volgende op de dag van mededeling daarvan aan de Raad voorleggen. De Raad komt onverwijld bijeen; hij kan de betrokken maatregel met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen of vernietigen.
4. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden volgens de procedure van artikel 27 vastgesteld.