Art. 37 Verordening (EEG) nr. 259/93
1. De Lid-Staten en de Commissie wijzen elk ten minste één correspondent aan die de personen of ondernemingen die navraag doen, informeert en adviseert. De correspondent van de Commissie legt de correspondenten van de Lid-Staten alle haar gestelde vragen voor die hen aangaan en vice versa.
2. De Commissie roept, indien daarom door de Lid-Staten wordt verzocht of daartoe anderszins aanleiding is, op gezette tijden de correspondenten bijeen ten einde met hen de vragen in verband met de toepassing van deze verordening te bespreken.