Art. 30 Verordening (EEG) nr. 259/93
1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de overbrenging van afvalstoffen plaatsvindt volgens de bepalingen van deze verordening. Deze maatregelen kunnen controles van inrichtingen en ondernemingen overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 75/442/EEG omvatten, alsmede steekproefcontroles tijdens de overbrenging.
2. Controles kunnen met name plaatsvinden:
- op het punt van oorsprong, uitgevoerd bij de producent, houder of kennisgever;
- op het punt van bestemming, uitgevoerd bij de uiteindelijke ontvanger;
- aan de buitengrenzen van de Gemeenschap;
- tijdens de overbrenging binnen de Gemeenschap.
3. De controles kunnen controle van de documenten, bevestiging van de aard van de afvalstoffen en, indien aangewezen, fysieke controle van de afvalstoffen behelzen.