Art. 29 Richtlijn 93/37/EEG
1. De Lid-Staten waar officiële lijsten van erkende aannemers bestaan, dienen deze lijsten aan te passen aan de artikel 24, onder a) tot en met d) en onder g), en aan de artikelen 25, 26 en 27.
2. De op een officiële lijst ingeschreven aannemers kunnen bij elke aanbesteding en door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijs van inschrijving aan de aanbestedende dienst overleggen. Op dit bewijs worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving op de lijst mogelijk was, alsmede de classificatie welke deze lijst behelst.
3. De door de bevoegde autoriteiten bevestigde inschrijving op een officiële lijst vormt ten aanzien van de aanbestedende diensten van de andere Lid-Staten slechts een vermoeden van geschiktheid voor de werken die met de classificatie van de aannemer overeenkomen in de zin van artikel 24, onder a) tot en met d) en onder g), artikel 25, artikel 26, onder b) en c), en artikel 27, onder b) en d).
De gegevens welke uit de inschrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale verzekering, van elke ingeschreven aannemer bij elke aanbesteding een aanvullende verklaring worden verlangd.
De voorgaande bepalingen worden door de aanbestedende diensten van de andere Lid-Staten alleen toegepast op aannemers die zijn gevestigd in het land waar de officiële lijst is opgesteld.
4. Voor de inschrijving van aannemers uit andere Lid-Staten op een officiële lijst kunnen geen andere bewijzen en verklaringen worden verlangd dan van nationale aannemers en in geen geval andere dan die welke in de artikelen 24 tot en met 27 zijn vermeld.
5. De Lid-Staten waar officiële lijsten bestaan, delen aan de andere Lid-Staten het adres van de instantie mede waaraan verzoeken tot inschrijving kunnen worden gericht.
Hoofdstuk 3
Gunningscriteria