Art. 1 Richtlijn 93/15/EEG
1. Deze richtlijn is van toepassing op explosieven als omschreven in lid 2.
2. Onder "explosieven" wordt verstaan, alle stoffen en voorwerpen die in de "United Nations Recommendations on the transport of dangerous goods" als dusdanig worden omschreven en aldaar zijn ingedeeld in klasse 1.
3. Deze richtlijn is niet van toepassing op:
- explosieven, met inbegrip van munitie, die bestemd zijn om overeenkomstig de nationale wetgeving te worden gebruikt door de strijdkrachten of de politie;
- pyrotechnische artikelen;
- munitie, behalve wat betreft het bepaalde in de artikelen 10, 11, 12, 13, 17, 18 en 19.
4. In deze richtlijn wordt verstaan onder:
- "Aanbevelingen van de Verenigde Naties": de door de Commissie van Deskundigen inzake het Vervoer van Gevaarlijke Stoffen van de Verenigde Naties vastgestelde aanbevelingen zoals die door die organisatie zijn gepubliceerd (Oranjeboek), en zoals die op de datum van aanneming van deze richtlijn zijn gewijzigd;
- "veiligheid": voorkoming van ongevallen en, indien zulks onmogelijk is, het beperken van de gevolgen daarvan;
- "beveiliging": voorkoming van gebruik voor doeleinden die strijdig zijn met de openbare orde;
- "wapenhandelaar": iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens beroepswerkzaamheden geheel of ten dele bestaan uit de vervaardiging, handel, uitwisseling, verhuur, reparatie of transformatie van vuurwapens en munitie;
- "overbrengingsvergunning": het besluit dat wordt genomen na de controle op geplande overbrengingen van explosieven binnen de Gemeenschap;
- "onderneming uit de sector explosieven": elke natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een licentie of vergunning inzake de vervaardiging, de opslag, het gebruik en het overbrengen van, respectievelijk bij de handel in explosieven;
- "in de handel brengen": het voor de eerste keer, al dan niet tegen betaling, beschikbaar stellen van explosieven die onder deze richtlijn vallen, met het oog op distributie en/of gebruik ervan op de markt van de Gemeenschap;
- "overbrenging": materiële verplaatsing van explosieven binnen het grondgebied van de Gemeenschap, met uitzondering van verplaatsingen die op hetzelfde terrein worden uitgevoerd.
5. Deze richtlijn vormt voor de Lid-Staten geen beletsel om bepaalde stoffen die niet onder deze richtlijn vallen, krachtens een nationale wet of regeling als explosieven aan te merken.