Art. 27 Verordening (EEG) nr. 3886/92, Individueel maximum
1. De Lid-Staten stellen voor iedere producent een individueel maximum vast overeenkomstig het bepaalde in artikel 4d, leden 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 805/68.
2. Daarbij wordt rekening gehouden met het aantal zoogkoeien dat in aanmerking is genomen voor de premie voor de periode van indiening van de in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1244/82 bedoelde aanvragen die in het gekozen referentiejaar is begonnen.
3. Iedere producent wordt zo spoedig mogelijk, en uiterlijk op 31 oktober 1993, van zijn individueel maximum in kennis gesteld.
Ingeval het aantal premies dat voor het referentiejaar moet worden uitgekeerd ten gevolge van een geschil tussen de producent en de bevoegde instantie nog niet definitief is vastgesteld, kan in de mededeling een voorlopig individueel maximum worden vermeld.
4. Producenten die in verband met hun uitsluiting van de premie als gevolg van de toepassing van het bepaalde in artikel 4 bis, lid 8, van Verordening (EEG) nr. 1244/82 de premie niet aangevraagd:
- voor het referentiejaar, worden geacht recht te hebben op de premie voor het aantal in aanmerking komende dieren dat is geconstateerd bij de controle op grond waarvan bovenbedoelde bepaling is toegepast,
- voor een van de jaren na het referentiejaar, tot en met 1992, worden geacht een aanvraag te hebben ingediend voor het aantal in aanmerking komende dieren dat is geconstateerd bij de controle op grond waarvan bovenbedoelde bepaling is toegepast.