Art. 8 Verordening (EEG) nr. 3577/92
Onverminderd de bepalingen van het Verdrag inzake het recht van vestiging en de bepalingen van deze verordening, mag een persoon die een zeevervoerdienst verricht, met het oog hierop zijn activiteit tijdelijk in de Lid-Staat waar de dienst wordt verricht, uitoefenen onder dezelfde voorwaarden als die welke door de Lid-Staat aan de eigen onderdanen worden opgelegd.