Art. 249 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. De bepalingen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit wetboek, inclusief de toepassing van de in artikel 184 bedoelde verordening, met uitzondering van titel VIII en onder voorbehoud van de artikelen 9 en 10 van Verordening (EEG) nr. 2658/87 (5) alsmede van lid 4, worden vastgesteld volgens de in de leden 2 en 3 omschreven procedure, met inachtneming van de door de Gemeenschap aangegane internationale verplichtingen.
2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.
3. a) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité.
b) Wanneer de beoogde bepalingen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of indien geen advies is uitgebacht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
c) Indien de Raad na verloop van een termijn van drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld.
4. De bepalingen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de artikelen 11, 12 en 21 worden vastgesteld volgens de procedure die in artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 2658/87 is omschreven.