Art. 238 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. Tot terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer wordt overgegaan indien wordt vastgesteld dat het geboekte bedrag van deze rechten betrekking heeft op goederen die onder de desbetreffende douaneregeling zijn geplaatst en die door de importeur worden geweigerd omdat zij op het in artikel 67 bedoelde tijdstip gebreken vertonen of niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het contract op grond waarvan zij zijn ingevoerd.
Goederen die vóór de vrijgave zijn beschadigd, worden gelijkgesteld met goederen die gebreken vertonen in de zin van de eerste alinea.
2. Terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer is afhankelijk van:
a) de voorwaarde dat de goederen niet zijn gebruikt, tenzij een begin van gebruik noodzakelijk was om de gebreken van deze goederen of het feit dat zij niet met de bepalingen van het contract in overeenstemming zijn, vast te stellen;
b) de uitvoer van deze goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap.
Op verzoek van de belanghebbende staan de douaneautoriteiten toe dat de uitvoer van de goederen wordt vervangen door de vernietiging ervan of door de plaatsing ervan, met het oog op wederuitvoer, onder de regeling extern douanevervoer of onder het stelsel van douane-entrepots, dan wel door opslag in een vrije zone of in een vrij entrepot.
Indien de goederen een van de in de vorige alinea bedoelde douanebestemmingen krijgen, worden zij als niet-communautaire goederen beschouwd.
3. Terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer wordt niet toegestaan voor goederen die, voorafgaand aan de douaneaangifte ervan, voor proefnemingen tijdelijk waren ingevoerd, tenzij wordt vastgesteld dat de gebreken van deze goederen of het feit dat zij niet met de bepalingen van het contract in overeenstemming zijn, normaal niet tijdens deze proefnemingen konden, onderscheidenlijk kon worden vastgesteld.
4. Terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer om de in lid 1 vermelde redenen wordt verleend, indien bij het betrokken douanekantoor vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop genoemde rechten aan de schuldenaar zijn medegedeeld, een daartoe strekkend verzoek wordt ingediend.
De douaneautoriteiten kunnen evenwel in naar behoren aangetoonde uitzonderingsgevallen toestaan dat deze termijn wordt overschreden.