Art. 227 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. De termijn waarvoor uitstel van betaling wordt verleend, bedraagt dertig dagen. Deze termijn wordt als volgt berekend:

a) indien uitstel van betaling wordt verleend overeenkomstig artikel 226, onder a), gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop het bedrag aan rechten door de douaneautoriteiten wordt geboekt.

Indien artikel 219 wordt toegepast, wordt de overeenkomstig de eerste alinea berekende termijn van dertig dagen verminderd met een aantal dagen dat gelijk is aan het gedeelte van de voor de boeking gebruikte termijn dat een tijdsverloop van twee dagen overschrijdt;

b) indien uitstel van betaling wordt verleend overeenkomstig artikel 226, onder b), gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop de periode verstrijkt waarbinnen de bedragen aan rechten waarvoor uitstel van betaling wordt verleend, zijn geboekt. De termijn wordt verminderd met een aantal dagen dat gelijk is aan de helft van het aantal dagen dat deze periode omvat;

c) indien uitstel van betaling wordt verleend overeenkomstig artikel 226, onder c), gaat de termijn in op de dag volgende op die waarop de periode verstrijkt waarin de betrokken goederen werden vrijgegeven. De termijn wordt verminderd met een aantal dagen dat gelijk is aan de helft van het aantal dagen dat deze periode omvat.

2. Indien de in lid 1, onder b) en c), bedoelde perioden uit een oneven aantal dagen bestaan, is het aantal dagen dat overeenkomstig lid 1, onder b) en c), op de termijn van dertig dagen in mindering moet worden gebracht, gelijk aan de helft van het even getal dat onmiddellijk aan het oneven getal voorafgaat.

3. Bij wijze van vereenvoudiging kunnen de Lid-Staten, wanneer de in lid 1, onder b) en c), bedoelde perioden een kalenderweek of een kalendermaand bestrijken, bepalen dat de bedragen aan rechten waarvoor uitstel van betaling werd verleend, dienen te worden betaald:

a) indien het een kalenderweek betreft, op de vrijdag van de vierde week volgende op die kalenderweek;

b) indien het een kalendermaand betreft, uiterlijk op de zestiende dag van de maand volgende op die kalendermaand.