Art. 163 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. De regeling intern douanevervoer maakt, onder de in de leden 2, 3 en 4 genoemde voorwaarden, het vervoer mogelijk van communautaire goederen van één plaats in het douanegebied van de Gemeenschap naar een andere plaats in het douanegebied van de Gemeenschap via het grondgebied van een derde land, zonder wijziging van hun douanestatus. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 91, lid 1, onder b), onverlet.
2. Het in lid 1 bedoelde vervoer kan geschieden:
a) hetzij met toepassing van de regeling intern communautair douanevervoer indien een internationale overeenkomst in deze mogelijkheid voorziet;
b) hetzij onder geleide van een carnet TIR (TIR-Overeenkomst);
c) hetzij onder geleide van een carnet ATA (ATA-Overeenkomst) dat wordt gebruikt als document voor douanevervoer;
d) hetzij onder geleide van het Rijnvaartmanifest (artikel 9 van de Herziene Rijnvaartakte);
e) hetzij onder geleide van het formulier 302 dat is voorgeschreven in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen ondertekende Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten;
f) hetzij door middel van postzendingen (postcolli daaronder begrepen).
3. In het in lid 2, onder a), bedoelde geval zijn de artikelen 92, 94, 95, 96 en 97 van overeenkomstige toepassing.
4. In de in lid 2, onder b) tot en met f), bedoelde gevallen behouden de goederen hun douanestatus slechts wanneer deze status wordt vastgesteld onder de voorwaarden en in de vorm bedoeld in de volgens de procedure van het Comité vastgestelde bepalingen.