Art. 1 Derde levensrichtlijn

Richtlijn 92/96/EEG (Derde levensrichtlijn)

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) "verzekeringsonderneming": iedere onderneming waaraan overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 79/267/EEG vergunning is verleend;

b) "bijkantoor": ieder agentschap of bijkantoor van een verzekeringsonderneming, met inachtneming van artikel 3 van Richtlijn 90/619/EEG;

c) "verbintenis": een verbintenis die wordt geconcretiseerd in de vorm van een verzekering of verrichting als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 79/267/EEG;

d) "Lid-Staat van herkomst": de Lid-Staat waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeringsonderneming die de verbintenis aangaat;

e) "Lid-Staat van het bijkantoor": de Lid-Staat waar het bijkantoor is gevestigd dat de verbintenis aangaat;

f) "Lid-Staat van dienstverrichting": de Lid-Staat van de verbintenis overeenkomstig artikel 2, onder e), van Richtlijn 90/619/EEG, wanneer de verbintenis wordt aangegaan door een in een andere Lid-Staat gevestigde verzekeringsonderneming of bijkantoor;

g) "zeggenschap": de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming, zoals bepaald in artikel 1 van Richtlijn 83/349/EEG (²), of een gelijkaardige band tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een onderneming;

(²) Zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (PB nr. L 193 van 18. 7. 1983, blz. 1). Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/605/EEG (PB nr. L 317 van 16. 11. 1990, blz. 60).

h) "gekwalificeerde deelneming": het in een onderneming, rechtstreeks of middellijk, bezitten van ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten, dan wel elke andere mogelijkheid om invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de onderneming waarin men een deelneming heeft.

Voor de toepassing van deze definitie in de artikelen 7 en 14, en voor de andere in artikel 14 genoemde deelnemingspercentages, worden de in artikel 7 van Richtlijn 88/627/EEG (¹) bedoelde stemrechten in aanmerking genomen;

i) "moederonderneming": een moederonderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG;

j) "dochteronderneming": een dochteronderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG; elke dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat;

k) "gereglementeerde markt": een financiële markt die door de Lid-Staat van herkomst van de onderneming als gereglementeerde markt wordt beschouwd in afwachting van de vaststelling van een definitie in het kader van een richtlijn inzake beleggingsdiensten, en die gekenmerkt wordt door:

- een regelmatige werking, en

- het feit dat in door de daartoe bevoegde autoriteiten vastgestelde of goedgekeurde bepalingen de voorwaarden voor de werking van en de toegang tot de markt zijn vastgelegd, alsmede, wanneer Richtlijn 79/279/EEG van de Raad van 5 maart 1979 tot cooerdinatie van de voorwaarden voor de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs (²) van toepassing is, de in die richtlijn bepaalde toelatingsvoorwaarden, en voor zover die richtlijn niet van toepassing is, de voorwaarden waaraan deze financiële instrumenten moeten voldoen om daadwerkelijk op de markt te kunnen worden verhandeld.

Voor de toepassing van deze richtlijn kan een gereglementeerde markt in een Lid-Staat of in een derde land zijn gelegen. In dit laatste geval moet de markt door de Lid-Staat van herkomst van de onderneming erkend zijn en aan vergelijkbare voorwaarden voldoen. De financiële instrumenten die er worden verhandeld, moeten van een kwaliteit zijn die vergelijkbaar is met die van de instrumenten die op de gereglementeerde markt(en), van de betrokken Lid-Staat worden verhandeld;

(¹) Richtlijn 88/627/EEG van de Raad van 12 december 1988 betreffende de gegevens die moeten worden gepubliceerd bij verwerving en bij overdracht van een belangrijke deelneming in een ter beurze genoteerde vennootschap (PB nr. L 348 van 17. 12. 1988, blz. 62).

(²) PB nr. L 66 van 13. 3. 1979, blz. 21. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 82/148/EEG (PB nr. L 62 van 5. 3. 1982, blz. 22).

l) "bevoegde autoriteiten": de nationale autoriteiten die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen toezicht uitoefenen op de verzekeringsondernemingen.

Volgende artikelen