Art. 27 Richtlijn 92/83/EEG
1. De Lid-Staten verlenen voor de onder deze richtlijn vallende produkten vrijstelling van de geharmoniseerde accijns op de voorwaarden die zij vaststellen voor de juiste en eenvoudige toepassing van deze vrijstellingen en ter voorkoming van fraude, ontwijking of misbruik:
a) wanneer zij zijn gedistribueerd in de vorm van alcohol die volledig gedenatureerd is overeenkomstig de voorschriften van een Lid-Staat, waarbij deze voorschriften naar behoren zijn gemeld en aanvaard overeenkomstig de leden 3 en 4. Voorwaarde voor deze vrijstelling is dat de bepalingen van Richtlijn 92/12/EEG worden toegepast op het handelsverkeer van volledig gedenatureerde alcohol;
b) wanneer zij zowel gedenatureerd zijn overeenkomstig de voorschriften van een Lid-Staat als worden aangewend voor de vervaardiging van niet voor menselijke consumptie bestemde produkten;
c) wanneer zij gebruikt worden voor de vervaardiging van azijn van GN-code 2209;
d) wanneer zij gebruikt worden voor de vervaardiging van geneesmiddelen als omschreven in Richtlijn 65/65/EEG;
e) wanneer zij gebruikt worden voor de produktie van aroma's voor de bereiding van levensmiddelen en niet-alcoholhoudende dranken met een alcoholvolumegehalte van niet meer dan 1,2 % vol;
f) wanneer zij rechtstreeks of als bestanddeel van een halffabrikaat worden aangewend voor de produktie van levensmiddelen, gevuld of anderszins, waarvan het alcoholgehalte niet meer bedraagt dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kilogram produkt voor chocola, en 5 liter absolute alcohol per 100 kilogram produkt voor andere produkten.
2. De onder deze richtlijn vallende produkten kunnen door de Lid-Staten van de geharmoniseerde accijns worden vrijgesteld op de voorwaarden die zij bepalen voor de juiste en eenvoudige toepassing van deze vrijstellingen en ter voorkoming van fraude, ontwijking of misbruik:
a) wanneer zij als monster worden gebruikt voor analyses, noodzakelijke produktietests of wetenschappelijke doeleinden;
b) wanneer zij worden gebruikt ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek;
c) wanneer zij in ziekenhuizen en apotheken worden gebruikt voor medische doeleinden;
d) wanneer zij worden gebruikt bij produktieprocessen, mits het eindprodukt geen alcohol bevat.
e) wanneer zij worden gebruikt bij de vervaardiging van een bestanddeel waarvoor volgens deze richtlijn geen accijnzen verschuldigd zijn.
3. Vóór 1 januari 1993 en drie maanden vóór elke latere voorgenomen wijziging van de nationale wetgeving deelt elke Lid-Staat aan de Commissie, samen met alle dienstige informatie, de denatureringsmiddelen mede die hij voornemens is te gebruiken met het oog op de toepassing van lid 1, onder a). De Commissie deelt deze gegevens binnen een maand na ontvangst mede aan de andere Lid-Staten.
4. Indien binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving aan de andere Lid-Staten noch de Commissie noch een Lid-Staat om behandeling van de aangelegenheid in de Raad heeft verzocht, wordt de Raad geacht het aangemelde denatureringsprocédé te hebben toegelaten. Indien binnen de termijn bezwaar wordt aangetekend, wordt er een besluit genomen overeenkomstig de procedure van artikel 24 van Richtlijn 92/12/EEG.
5. Indien een Lid-Staat van oordeel is dat een produkt waarvoor ingevolge lid 1, onder a) of b), vrijstelling is verleend, leidt tot fraude, ontduiking of misbruik, mag hij weigeren vrijstelling te verlenen of de reeds verleende vrijstelling intrekken. De Lid-Staat stelt de Commissie hiervan onverwijld in kennis. De Commissie deelt deze kennisgeving binnen één maand na ontvangst aan de overige Lid-Staten mede. Een definitief besluit wordt vervolgens genomens volgens de procedure van artikel 24 van Richtlijn 92/12/EEG. De Lid-Staten behoeven een dergelijk besluit niet met terugwerkende kracht toe te passen.
6. Het staat de Lid-Staten vrij bovengenoemde vrijstellingen te effectueren via teruggaaf van de betaalde accijns.