Art. 7 Richtlijn 92/50/EEG

Richtlijn 92/50/EEG

1. Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten voor dienstverlening waarvan de geschatte waarde ten minste 200000 ecu, exclusief BTW, bedraagt.

2. Met het oog op de raming van het bedrag van de opdracht vermeldt de aanbestedende dienst de geraamde totale vergoeding van de dienstverlener, rekening houdend met het bepaalde in de leden 3 tot en met 8.

3. De keuze van de ramingsmethode mag niet bedoeld zijn om toepassing van deze richtlijn te ontgaan. Evenmin mag een aanbesteding voor een bepaald bedrag aan diensten worden opgesplitst om toepassing van deze richtlijn te ontgaan.

4. Bij het ramen van het bedrag van een opdracht voor de onderstaande soorten diensten worden - voor zover van toepassing - in aanmerking genomen:

- voor verzekeringsdiensten, de te betalen premie;

- voor bankdiensten en andere financiële diensten, honoraria, provisies en rente, alsmede andere vormen van beloning;

- voor opdrachten die betrekking hebben op ontwerpen, het te betalen honorarium of de te betalen provisie.

Wanneer een dienst wordt verdeeld in percelen voor elk waarvan een opdracht is geplaatst, wordt de waarde van elk perceel in aanmerking genomen om te beoordelen of het bovengenoemde bedrag is bereikt.

Wanneer de waarde van de percelen gelijk is aan of meer bedraagt dan dat bedrag, zijn de bepalingen van deze richtlijn van toepassing op alle percelen. De aanbestedende diensten mogen van het bepaalde in lid 1 afwijken voor percelen waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, minder dan 80000 ecu bedraagt, mits het samengetelde bedrag van de percelen waarvoor is afgeweken niet meer beloopt dan 20 % van de totale waarde van alle percelen.

5. In het geval van opdrachten waarvoor geen totale prijs is vastgesteld, geldt voor het geraamde bedrag van de opdracht de volgende berekeningsgrondslag:

- bij opdrachten met een vaste looptijd die gelijk is aan of korter dan 48 maanden, de totale waarde voor de gehele looptijd;

- bij opdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd langer is dan 48 maanden, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.

6. In het geval van opdrachten die met een zekere regelmaat worden verleend of die zijn bestemd om gedurende een bepaalde periode te worden herhaald, moet voor de vaststelling van het bedrag van de opdracht als berekeningsgrondslag worden genomen:

- het totale reële bedrag van alle tijdens het voorafgaande boekjaar of tijdens de voorafgaande twaalf maanden voor dezelfde categorie van diensten geplaatste soortgelijke opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgende op het eerste contract, of

- het geraamde totale bedrag van de contracten over de twaalf maanden volgende op de eerste prestatie of, indien deze meer dan twaalf maanden bedraagt, over de volledige looptijd van het contract.

7. Indien in een voorgenomen opdracht optiebedingen worden vermeld, dient voor de berekening van de waarde van de opdracht het hoogst toegestane maximumniveau, inclusief de optiebedingen, als grondslag te worden genomen.

8. De tegenwaarde van de drempels in nationale valuta wordt met ingang van 1 januari 1994 om de twee jaar herzien. Die tegenwaarden worden berekend op basis van de gemiddelde dagwaarde van die valuta, uitgedrukt in ecu, tijdens de 24 maanden die eindigen op de laatste dag van de maand augustus die voorafgaat aan de per 1 januari in werking tredende herziening. De tegenwaarden worden begin november in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerd.

De in de vorige alinea beschreven berekeningsmethode wordt in beginsel twee jaar na de eerste toepassing ervan op initiatief van de Commissie door het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten onderzocht.

Uitspraken die dit artikel aanhalen