Art. 35 Richtlijn 92/50/EEG
1. De Lid-Staten waar officiële lijsten van erkende dienstverleners bestaan, dienen deze lijsten aan te passen aan artikel 29, onder a) tot en met d) en g), en de artikelen 30 tot en met 32.
2. De op een officiële lijst ingeschreven dienstverleners kunnen bij elke aanbesteding een door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijs van inschrijving aan de aanbestedende dienst overleggen. Op dit bewijs worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving op de lijst mogelijk was, alsmede de classificatie van deze lijst.
3. De door de bevoegde autoriteiten bevestigde inschrijving van de dienstverlener op een officiële lijst vormt ten aanzien van de aanbestedende diensten van de andere Lid-Staten slechts een vermoeden van met de classificatie van de dienstverlener overeenkomende geschiktheid voor de dienstverlening, wat betreft artikel 29, onder a) tot en met d) en g), artikel 30, artikel 31, onder b) en c), en artikel 32, onder a).
De gegevens welke uit de inschrijving op de officiële lijst kunnen worden afgeleid, mogen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan, met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale verzekering, bij elke aanbesteding een aanvullende verklaring van de ingeschreven dienstverleners worden verlangd.
De voorgaande bepalingen worden door de aanbestedende diensten van de andere Lid-Staten alleen toegepast op dienstverleners die zijn gevestigd in de Lid-Staat waar de officiële lijst is opgesteld.
4. Voor een eventuele inschrijving van dienstverleners uit andere Lid-Staten op een officiële lijst mogen geen andere bewijzen en verklaringen worden geëist dan die voor nationale dienstverleners en in geen geval andere dan die welke in de artikelen 29 tot en met 33 zijn bepaald.
5. De Lid-Staten waar officiële lijsten bestaan, delen de andere Lid-Staten het adres van de instantie mee waaraan verzoeken tot inschrijving kunnen worden gericht.