Art. 24 Richtlijn 92/50/EEG

Richtlijn 92/50/EEG

1. Wanneer voor de gunning van een opdracht het criterium van de economisch voordeligste aanbieding wordt gehanteerd, mogen de aanbestedende diensten de door een inschrijver voorgestelde varianten in overweging nemen voor zover die aan de door deze aanbestedende diensten gestelde minimumeisen voldoen. De aanbestedende diensten vermelden in het bestek aan welke voorwaarden deze varianten ten minste moeten voldoen, alsmede hoe zij moeten worden ingediend. Zij geven in de aankondiging van de opdracht aan of varianten niet zijn toegestaan.

De aanbestedende diensten mogen een ingediende variant niet verwerpen uitsluitend omdat deze is opgesteld met gebruikmaking van technische specificaties die zijn omschreven door verwijzing naar nationale normen ter omzetting van Europese normen, naar Europese technische goedkeuringen, naar de in artikel 14, lid 2, bedoelde gemeenschappelijke technische specificaties of naar de in artikel 14, lid 5, onder a) en b), bedoelde nationale technische specificaties.

2. Aanbestedende diensten die overeenkomstig lid 1 varianten hebben toegestaan, mogen een variant niet verwerpen uitsluitend omdat zij, indien zij werd gekozen, veeleer tot een opdracht voor leveringen dan tot een overheidsopdracht voor dienstverlening in de zin van deze richtlijn zou leiden.