Art. 6 Richtlijn 92/44/EEG
Toegangs- en gebruiksvoorwaarden en essentiële eisen 1. Onverminderd de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 90/388/EEG zorgen de Lid-Staten ervoor dat wanneer de toegang tot en het gebruik van huurlijnen beperkt is, deze beperkingen enkel gericht zijn op het doen naleven van de met de communautaire wetgeving verenigbare essentiële eisen en door de nationale regelgevende instanties door middel van wettelijke bepalingen worden opgelegd.
Er mogen geen technische beperkingen worden opgelegd of gehandhaafd ten aanzien van de onderlinge koppeling van huurlijnen of de koppeling van huurlijnen aan openbare telecommunicatienetwerken.
2. De Lid-Staten zorgen ervoor dat wanneer de toegang tot en het gebruik van huurlijnen op basis van essentiële eisen wordt beperkt, in de desbetreffende nationale bepalingen omschreven wordt welke van de in lid 3 genoemde essentiële eisen aanleiding tot deze beperkingen hebben gegeven.
3. De essentiële eisen, gespecificeerd in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 90/387/EEG, zijn op de volgende wijze van toepassing op huurlijnen:
a) Veiligheid van het functioneren van netwerken
Telecommunicatieorganisaties kunnen de volgende maatregelen treffen ten einde de veiligheid van het functioneren van het netwerk gedurende een noodsituatie te waarborgen:
- het onderbreken van de dienst,
- het beperken van de dienstfaciliteiten,
- het ontzeggen van toegang tot de dienst.
Onder noodsituaties worden in deze context verstaan uitzonderlijke gevallen van overmacht, zoals extreme weersomstandigheden, overstromingen, blikseminslag of brand, stakingen of lock-outs, oorlog, krijgshandelingen of rellen.
In noodsituaties stellen de telecommunicatieorganisaties alles in het werk om ervoor te zorgen dat de dienstverlening aan alle gebruikers doorgang vindt. De Lid-Staten zorgen ervoor dat de gebruikers en de nationale regelgevende instantie onmiddellijk door de telecommunicatieorganisaties in kennis worden gesteld van het begin en het einde van de noodsituatie, alsmede van de aard en de omvang van de tijdelijke beperkingen van de dienst.
b) Behoud van netwerkintegriteit
De gebruiker heeft, in overeenstemming met de specificaties van het netwerkaansluitpunt, recht op verlening van een volkomen transparante dienst, die hij naar eigen inzicht ongestructureerd kan gebruiken, dat wil onder meer zeggen zonder dat daarbij kanaaltoewijzingen worden verboden of voorgeschreven. Er mogen op grond van het behoud van netwerkintegriteit geen beperkingen aan het gebruik van huurlijnen worden opgelegd zolang de toegangsvoorwaarden in verband met eindapparatuur vervuld zijn.
c) Interoperabiliteit van diensten
Onverminderd de toepassing van artikel 3, lid 5, en artikel 5, lid 3, van Richtlijn 90/387/EEG mag het gebruik van een huurlijn niet op grond van de interoperabiliteit van diensten worden beperkt, indien de toegangsvoorwaarden in verband met eindapparatuur vervuld zijn.
d) Bescherming van gegevens
Met betrekking tot de bescherming van gegevens mogen de Lid-Staten het gebruik van huurlijnen slechts beperken voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de conformiteit met de relevante wettelijke voorschriften inzake de bescherming van gegevens, met inbegrip van de bescherming van persoonsgegevens, het vertrouwelijke karakter van verzonden en opgeslagen informatie, alsmede de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in overeenstemming met de communautaire wetgeving.
4. Toegangsvoorwaarden in verband met eindapparatuur
De toegangsvoorwaarden in verband met eindapparatuur worden geacht vervuld te zijn indien de eindapparatuur voldoet aan de goedkeuringsvoorwaarden voor de aansluiting van deze apparatuur op het netwerkaansluitpunt van het betrokken type huurlijn, overeenkomstig Richtlijn 91/263/EEG van de Raad van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur (6).
Indien bepaalde eindapparatuur van een gebruiker niet of niet langer aan deze voorwaarden voldoet, kan de levering van de huurlijn worden onderbroken totdat de verbinding van de betreffende eindapparatuur met het netwerkaansluitpunt is verbroken.
De Lid-Staten zorgen ervoor dat de telecommunicatieorganisatie de gebruiker onmiddellijk op de hoogte stelt van deze onderbreking en van de redenen daarvoor. Zodra de gebruiker zich ervan heeft vergewist dat de verbinding van de niet aan de voorwaarden voldoende eindapparatuur met het netwerkaansluitpunt is verbroken, wordt de levering van de huurlijn hervat.