Art. 9 Richtlijn 92/33/EEG
1. Onverminderd artikel 2 worden teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die behoren tot de in bijlage II genoemde geslachten en/of soorten en tevens onder Richtlijn 70/458/EEG vallen, binnen de Gemeenschap alleen in de handel gebracht wanneer zij behoren tot een ras dat overeenkomstig die richtlijn is toegelaten.
2. Onverminderd artikel 2 en de leden 3 en 4 van het onderhavige artikel worden teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die behoren tot de in bijlage II genoemde geslachten en/of soorten, maar niet onder Richtlijn 70/458/EEG vallen, binnen de Gemeenschap alleen in de handel gebracht wanneer zij behoren tot een ras dat in ten minste één Lid-Staat officieel is toegelaten.
Wat de toelatingsvoorwaarden betreft zijn de artikelen 4 en 5 en artikel 10, lid 3, van die richtlijn van toepassing.
Wat de procedures en formaliteiten voor de toelating en de op instandhouding gerichte selectie betreft zijn artikel 3, leden 2 en 4, de artikelen 6, 7 en 8 en artikel 10, leden 1, 2 en 4 en de artikelen 11 tot en met 15 van die richtlijn mutatis mutandis van toepassing.
Resultaten van onofficiële onderzoeken en praktische informatie die bij het kweken is verkregen, kunnen in alle gevallen in aanmerking worden genomen.
3. De Lid-Staten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de geldigheidsduur van de officiële toelating van de rassen die behoren tot de in lid 2 bedoelde geslachten of soorten, welke vóór 1 januari 1993 is geschied overeenkomstig andere beginselen dan die van Richtlijn 70/458/EEG of op grond van het feit dat het materiaal ervan vóór genoemde datum op hun grondgebied in de handel is gebracht, uiterlijk op 30 juni 1998 verstrijkt, tenzij de rassen in kwestie op die datum overeenkomstig lid 1 zijn toegelaten.
4. De overeenkomstig de leden 2 en 3 officieel toegelaten rassen worden opgenomen in de in artikel 17 van Richtlijn 70/458/EEG bedoelde "Gemeenschappelijke rassenlijst voor groentegewassen". Artikel 16, leden 2 en 3 en de artikelen 17, 18 en 19 van die richtlijn zijn mutatis mutandis van toepassing.
In die publikatie worden de overeenkomstig lid 3 toegelaten rassen met een speciale referentie aangeduid.