Art. 2 Richtlijn 92/12/EEG
1. Deze richtlijn, alsmede de in artikel 1, lid 2, genoemde richtlijnen zijn van toepassing op het grondgebied van de Gemeenschap zoals dat voor iedere Lid-Staat is omschreven in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid in artikel 227, met uitzondering van de volgende nationale grondgebieden:
- voor de Bondsrepubliek Duitsland: het eiland Helgoland en het grondgebied van Buesingen;
- voor de Italiaanse Republiek: Livigno, Campione d'Italia en de Italiaanse wateren van het meer van Lugano;
- voor het Koninkrijk Spanje: Ceuta en Melilla.
2. In afwijking van lid 1 zijn deze richtlijn, alsmede de in artikel 1, lid 2, genoemde richtlijnen niet van toepassing op de Canarische eilanden. Het Koninkrijk Spanje kan er evenwel door een verklaring kennis van geven dat deze richtlijnen vanaf de eerste dag van de tweede maand volgende op de nederlegging van die verklaring, op die gebieden van toepassing zijn voor wat betreft alle of sommige van de in artikel 3, lid 1, genoemde produkten.
3. In afwijking van lid 1 zijn deze richtlijn, alsmede de in artikel 1, lid 2, genoemde richtlijnen niet van toepassing op de overzeese departementen van de Franse Republiek.
De Franse Republiek kan er evenwel door een verklaring kennis van geven dat deze richtlijnen vanaf de eerste dag van de tweede maand volgende op de nederlegging van die verklaring op die gebieden van toepassing zijn, onder voorbehoud van maatregelen inzake aanpassing aan de ultraperifere ligging van deze gebieden.
4. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat transacties van herkomst uit of ter bestemming van:
- het Vorstendom Monaco behandeld worden als transacties van herkomst uit of ter bestemming van de Franse Republiek;
- Jungholz en Mittelberg (Kleines Walsertal) behandeld worden als transacties van herkomst uit of ter bestemming van de Bondsrepubliek Duitsland;
- het eiland Man behandeld worden als transacties van herkomst uit of ter bestemming van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;
- San Marino behandeld worden als transacties van herkomst uit of ter bestemming van de Italiaanse Republiek.
5. De bepalingen van deze richtlijn vormen geen beletsel om in Griekenland het aan de Berg Athos verleende bijzondere statuut, zoals dit is gewaarborgd bij artikel 105 van de Griekse grondwet, te handhaven.
6. Indien de Commissie van mening is dat het bepaalde in de leden 1, 2, 3 en 4 niet langer gerechtvaardigd is, met name in het licht van de neutraliteit op het gebied van de mededinging, dient zij bij de Raad passende voorstellen in.