Art. 1

1. Deze richtlijn, die is opgesteld uit hoofde van artikel 2, lid 2, van Richtlijn 75/442/EEG, heeft tot doel de wetgevingen van de Lid-Staten inzake het gecontroleerde beheer van gevaarlijke afvalstoffen onderling aan te passen.

2. Onverminderd deze richtlijn is Richtlijn 75/442/EEG van toepassing op gevaarlijke afvalstoffen.

3. Voor "afvalstoffen" en de andere in deze richtlijn gebruikte termen gelden de definities van Richtlijn 75/442/EEG.

4. In deze richtlijn worden verstaan onder "gevaarlijke afvalstoffen":

- alle afvalstoffen die voorkomen op een lijst die overeenkomstig de procedure van artikel 18 van Richtlijn 75/442/EEG en op basis van de bijlagen I en II van deze richtlijn uiterlijk zes maanden vóór de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn is opgesteld. Deze afvalstoffen moeten een of meer van de in bijlage III vermelde eigenschappen bezitten. In de lijst worden de oorsprong en de samenstelling van de afvalstoffen en in voorkomend geval de concentratiegrenswaarden in aanmerking genomen. De lijst wordt op gezette tijden aan een hernieuwd onderzoek onderworpen en zo nodig volgens dezelfde procedure herzien;

- alle andere afvalstoffen die naar het oordeel van een Lid-Staat een of meer van de in bijlage III vermelde eigenschappen bezitten. Dergelijke gevallen worden bekendgemaakt aan de Commissie en overeenkomstig de procedure van artikel 18 van Richtlijn 75/442/EEG, met het oog op aanpassing van de lijst, aan een hernieuwd onderzoek onderworpen.

5. De bepalingen van deze richtlijn gelden niet voor huishoudafval. De Raad zal daarvoor uiterlijk eind 1992 op voorstel van de Commissie specifieke voorschriften vaststellen, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere aard van huishoudafval.

Uitspraken die dit artikel aanhalen