Art. 12 Richtlijn 91/414/EEG
1. De Lid-Staten delen ten minste binnen een maand na afloop van elk kwartaal de overige Lid-Staten en de Commissie schriftelijk mee welke gewasbeschermingsmiddelen werden toegelaten of uit de markt genomen overeenkomstig
de bepalingen van deze richtlijn, onder vermelding van ten minste:
- de naam of firmanaam van de houder van de toelating,
- de handelsnaam van het gewasbeschermingsmiddel,
- het soort preparaat,
- de naam en het gehalte van elke werkzame stof die het middel bevat,
- het gebruik waarvoor het is bestemd,
- de voorlopig bepaalde maximumgehalten voor residuen indien deze niet al in de communautaire voorschriften zijn bepaald,
- in voorkomend geval, de redenen waarom een toelating is ingetrokken,
- het dossier dat nodig is voor de beoordeling van de voorlopig bepaalde maximumgehalten voor residuen.
2. Iedere Lid-Staat stelt jaarlijks een lijst op van de op zijn grondgebied toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en verstrekt deze lijst aan de andere Lid-Staten en aan de Commissie.
Om de toepassing van de leden 1 en 2 te vergemakkelijken, wordt volgens de procedure van artikel 21 een gestandaardiseerd informatiesysteem opgezet.
Vereiste gegevens, bescherming van gegevens en vertrouwelijkheid