Art. 4
1. Schapen en geiten:
a) moeten geïdentificeerd en geregistreerd zijn overeenkomstig de eisen van artikel 3, lid 1, onder c), van Richtlijn 90/425/EEG; de termijn voor de aanmelding van de nationale systemen inzake identificatie en registratie van schapen en geiten begint te lopen met ingang van de datum waarop de onderhavige richtlijn wordt aangenomen;
b) mogen bij de inspectie door een officieel dierenarts geen enkel klinisch ziekteverschijnsel vertonen; deze inspectie moet plaatsvinden tijdens de 48 uur die voorafgaan aan het laden van de schapen en geiten;
c) mogen niet zijn aangekocht op een bedrijf waarop om veterinairrechtelijke redenen een verbod rust noch in contact zijn geweest met dieren van een dergelijk bedrijf, met dien verstande dat:
ii) het verbod verband moet houden met het uitbreken van één van de volgende ziekten waarvoor de dieren vatbaar zijn:
- brucellose,
- rabiës,
- miltvuur;
ii) na de ruiming van het laatste besmette of vermoedelijk besmette dier het verbod een geldigheidsduur moet hebben van ten minste:
- 42 dagen in geval van brucellose,
- 30 dagen in geval van rabiës,
- 15 dagen in geval van miltvuur;
en mogen niet afkomstig zijn van een bedrijf of in contact zijn geweest met dieren van een bedrijf dat is gelegen in een beschermingszone die is vastgesteld en die de dieren op grond van artikel 3, lid 2, onder b) ii), van Richtlijn 64/432/EEG niet mogen verlaten;
d) mogen niet onderworpen zijn aan veterinairrechtelijke maatregelen op grond van Richtlijn 85/511/EEG van de Raad van 18 november 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer (1), gewijzigd bij Richtlijn 90/423/EEG (2).
Voorts is artikel 4 bis van Richtlijn 64/432/EEG van toepassing.
2. De Lid-Staten dragen er bovendien zorg voor dat van het handelsverkeer worden uitgesloten schapen en geiten
- die in het kader van een nationaal programma tot uitroeiing van niet in bijlage C van Richtlijn 90/425/EEG of in bijlage B, rubriek I, van de onderhavige richtlijn vermelde ziekten dienen te worden geruimd;
- die om redenen van gezondheid of om veterinairrechtelijke redenen die door artikel 36 van het Verdrag gerechtvaardigd worden, niet op hun eigen grondgebied in de handel mogen worden gebracht.
3. Schapen en geiten moeten daarenboven
- hetzij op het grondgebied van de Gemeenschap zijn geboren en sedert hun geboorte aldaar zijn gehouden,
- hetzij, indien zij zijn ingevoerd, afkomstig zijn van een derde land dat voorkomt op de overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens en van vers vlees en vleesprodukten uit derde landen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/425/EEG, opgestelde lijst en daarnaast
ii) hetzij voldoen aan de overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 72/462/EEG vastgestelde veterinairrechtelijke voorwaarden;
ii) hetzij, indien deze voorwaarden niet worden gesteld, voldoen aan de voorwaarden van artikel 7, lid 2, tweede, derde en vierde alinea, van Richtlijn
90/425/EEG.