Art. 8 Richtlijn 90/675/EEG
De produkten waarvoor de veterinaire voorschriften inzake het handelsverkeer op communautair niveau geharmoniseerd zijn en die worden aangeboden op een van de punten van binnenkomst op het in bijlage I omschreven grondgebied moeten aan de volgende eisen voldoen:
1. De produkten moeten:
a) indien het punt van binnenkomst een inspectiepost aan de grens is, aldaar onverwijld worden onderworpen aan de in artikel 4, lid 1, bedoelde controles, alsmede aan de in punt 2 bedoelde controles,
b)
indien het punt van binnenkomst een doorlaatpost als bedoeld in artikel 4, lid 2, is of indien de produkten uit een entrepot komen overeenkomstig artikel 6, lid 3, onverwijld onder douanetoezicht naar de dichstbijzijnde inspectiepost aan de grens worden vervoerd, waar de officiële dierenarts:
- zich ervan moet vergewissen dat de controles in artikel 4, lid 1, naar behoren zijn verricht,
- moet overgaan tot de in punt 2 bedoelde controles.
2. De officiële dierenarts moet:
a)
een materiële controle van elke partij verrichten op basis van een representatief monster van de partij om zich ervan te vergewissen dat de produkten nog altijd in een staat zijn die in overeenstemming is met de bestemming die is vermeld op het certificaat of document waarvan zij vergezeld gaan,
b)
de laboratoriumonderzoeken verrichten die ter plaatse moeten worden gehouden.
c)
de officiële monsters nemen met het oog op het onderzoek op de aanwezigheid van residuen of ziekteverwekkers en de monsters zo spoedig mogelijk laten analyseren.
De officiële dierenarts kan bij de uitvoering van sommige van voornoemde taken worden bijgestaan door gekwalificeerd, speciaal daartoe opgeleid personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid staat.
3. De wijze van toepassing van de in de punten 1 en 2 bedoelde controles wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.
Op verzoek van een Lid-Staat, vergezeld van het nodige bewijsmateriaal, of op eigen initiatief kan de Commissie volgens dezelfde procedure ten aanzien van bepaalde derde landen of inrichtingen uit bepaalde derde landen die bevredigende garanties inzake de oorsprongscontrole bieden onder bepaalde voorwaarden en met name afhankelijk van het resultaat van vroegere controles een lagere controlefrequentie vaststellen.
Voor het toekennen van dergelijke afwijkingen neemt de Commissie de volgende criteria in aanmerking:
a) de door het betrokken derde land geboden garanties ten aanzien van de naleving van de communautaire voorschriften, met name die van Richtlijn
72/462/EEG en Richtlijn 90/426/EEG (1);
b)
de gezondheidssituatie van de dieren in het betrokken derde land;
c)
de informatie over de gezondheidssituatie van het land;
d)
de aard van de door het derde land toegepaste maatregelen inzake controles en inzake bestrijding van de ziekten;
e)
de structuur en de bevoegdheden van de veterinaire dienst;
f)
de naleving van de minimumeisen van de communautaire regelgeving op het gebied van produktiehygiëne;
g)
de voorschriften inzake toelating van bepaalde stoffen en de naleving van de in artikel 8 van Richtlijn 86/469/EEG (2) opgenomen eisen;
h)
het resultaat van de communautaire inspectiebezoeken;
i)
de resultaten van de bij invoer verrichte controles.
4. In afwijking van punt 2 mag de controle van produkten die via een haven of een luchthaven op het in bijlage I omschreven grondgebied worden binnengebracht, in de haven of de luchthaven van bestemming worden verricht, mits deze haven of luchthaven over een inspectiepost aan de grens beschikt en de produkten naar gelang van het geval over zee of door de lucht worden aangevoerd.