Art. 29 Richtlijn 90/675/EEG
Artikel 7 van Richtlijn 90/425/EEG wordt vervangen door:
"Artikel 7
1. De Lid-Staten zien erop toe dat bij de controles op plaatsen waar dieren of produkten als bedoeld in artikel 1 uit derde landen op het in bijlage I van Richtlijn
90/675/EEG (*) omschreven grondgebied kunnen worden binnengebracht, zoals havens, luchthavens en inspectieposten aan de grens met derde landen, aan het volgende wordt voldaan:
a) controle van de certificaten of documenten die de dieren of produkten vergezellen;
b)
voor de produkten uit derde landen gelden de regels voorzien bij Richtlijn 90/675/EEG;
c)
dieren die uit derde landen worden ingevoerd, moeten onder douanetoezicht naar de inspectieposten aan de grens worden gebracht waar de veterinaire controles worden verricht.
De in bijlage A bedoelde dieren kunnen pas worden ingeklaard wanneer bij deze controles is gebleken dat zij in overeenstemming zijn met de communautaire voorschriften;
d)
dieren of produkten van communautaire oorsprong worden aan de in artikel 5 voorgeschreven controleregels onderworpen.
2. De dieren dienen rechtstreeks op het grondgebied van de Gemeenschap te worden binnengebracht via een van de inspectieposten aan de grens van de Lid-Staat die hen wenst in te voeren en aldaar overeenkomstig lid 1, onder b), te worden geïnspecteerd.
Wanneer Lid-Staten op basis van nationale veterinairrechtelijke voorschriften dieren of produkten uit derde landen invoeren, stellen zij de Commissie en de overige Lid-Staten - en met name de Lid-Staten van doorvoer - daarvan op de hoogte, alsmede van hun voorschriften inzake deze invoer.
De Lid-Staten van bestemming verbieden dat dieren - wanneer die nog niet gedurende de in specifieke communautaire voorschriften genoemde periodes op hun grondgebied hebben verbleven - vanaf hun grondgebied
opnieuw worden verzonden, behalve, zonder doorvoer, naar een andere Lid-Staat die van dezelfde mogelijkheid gebruik maakt.
In afwachting van communautaire voorschriften mogen deze dieren evenwel op het grondgebied van een andere dan de in de tweede alinea bedoelde Lid-Staat worden binnengebracht na voorafgaande algemene instemming van deze andere Lid-Staat, en zo nodig van een Lid-Staat van doorvoer, met de controleregeling. Zij stellen de Commissie en de andere Lid-Staten, in het Permanent Veterinair Comité bijeen, in kennis van de toepassing van deze afwijking en van de overeengekomen controleregeling.
3. In afwijking van lid 1 worden evenwel na 1 januari 1993 op alle dieren of produkten die rechtstreeks via geregelde lijndiensten tussen twee plaatsen op het geografische grondgebied van de Gemeenschap worden vervoerd, de in artikel 5 bedoelde controlevoorschriften toegepast.''.
(*) PB nr. L 373 van 31. 12. 1990, blz. 1.''.