Art. 19
1. De Commissie en de bevoegde instanties mogen aan derden geen vertrouwelijke informatie doorgeven waarvan krachtens deze richtlijn is kennisgegeven of die krachtens deze richtlijn is uitgewisseld; ook dienen zij de rechten inzake de intellectuele eigendom van de ontvangen gegevens te beschermen.
2. De kennisgever kan aangeven dat bepaalde informatie in een op grond van deze richtlijn ingediende kennisgeving vertrouwelijk moet worden behandeld, indien de openbaarmaking van deze gegevens een nadelige invloed kan hebben op zijn concurrentiepositie. In dit geval moeten verifieerbare redenen worden aangevoerd.
3. De bevoegde instantie besluit na voorafgaand overleg met de kennisgever welke informatie vertrouwelijk zal worden behandeld en brengt de kennisgever op de hoogte van haar besluit.
4. De vertrouwelijkheid is in geen geval van toepassing op de volgende informatie wanneer deze overeenkomstig de artikelen 5 of 11 wordt verstrekt:
- de beschrijving van het GGO of de GGO's, naam en adres van de kennisgever, het doel van de introductie en de plaats van introductie;
- de methoden en plannen met betrekking tot de monitoring van het GGO, of de GGO's, en de noodmaatregelen;
- de evaluatie met betrekking tot de te verwachten effecten, met name de pathogene effecten en/of de milieuschade.
5. Wanneer, om welke redenen dan ook, de kennisgever zijn kennisgeving intrekt, moeten de bevoegde instanties en de Commissie de vertrouwelijkheid van de verschafte informatie respecteren.