Art. 8 Richtlijn 88/388/EEG
1. Indien een Lid-Staat op basis van een uitvoerige motivering op grond van nieuwe gegevens of een nieuwe beoordeling van bestaande gegevens, ter beschikking gekomen of tot stand gekomen na de aanneming van deze richtlijn of van één van de in artikel 5 bedoelde richtlijnen, vaststelt:
- dat de aanwezigheid van een van de in de bijlagen opgenomen stoffen of de toegelaten maximumgehaltes, hoewel in overeenstemming met deze richtlijn, of
- dat het gebruik van aroma's, hoewel in overeenstemming met de bepalingen van de desbetreffende richtlijn of van de onderhavige richtlijn, of
- dat de aanwezigheid van een zelfde soort als de in de bijlagen opgenomen stoffen,
gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens, kan deze Lid-Staat de toepassing van de betrokken bepalingen op zijn grondgebied tijdelijk schorsen of beperken. Hij stelt de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan onverwijld in kennis onder opgave van de redenen die tot zijn besluit hebben geleid. 2. De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk in het Permanent Comité voor levensmiddelen de argumenten die de betrokken Lid-Staat heeft aangevoerd, waarna zij onverwijld advies uitbrengt en passende maatregelen neemt, die in de plaats kunnen treden van de in lid 1 bedoelde maatregelen.
3. Indien de Commissie wijzigingen van deze richtlijn of van een van de in artikel 5 bedoelde richtlijnen noodzakelijk acht om het hoofd te bieden aan de in lid 1 genoemde moeilijkheden en de gezondheid van de mens te beschermen, leidt zij de procedure van artikel 10 in ten einde deze wijzigingen vast te stellen; in dat geval kan de Lid-Staat die vrijwaringsmaatregelen heeft genomen, deze handhaven totdat de wijzigingen in werking treden.