Art. 2 Richtlijn 87/328/EEG
1. Een Lid-Staat mag
- de toelating tot officieel testen van raszuivere stieren of het gebruik van het sperma van die dieren, binnen de kwantitatieve grenzen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de officiële tests door erkende organisaties of associaties,
- de toelating tot de kunstmatige inseminatie op zijn grondgebied van raszuivere stieren of het gebruik van het sperma van die dieren, wanneer die stieren in een Lid-Staat zijn toegelaten tot de kunstmatige inseminatie op basis van tests uitgevoerd overeenkomstig Beschikking 86/130/EEG (1),
niet verbieden, beperken of belemmeren.
2. Indien de toepassing van lid 1 tot geschillen zou leiden, met name ten aanzien van de interpretatie van de testresultaten, hebben de bedrijven het recht het advies van een deskundige in te winnen.
In het licht van het advies van deze deskundige kunnen op verzoek van een Lid-Staat maatregelen worden getroffen volgens de procedure van artikel 8 van Richtlijn 77/504/EEG.
3. De algemene uitvoeringsbepalingen van lid 2 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 8 van Richtlijn 77/504/EEG.