Art. 12 Richtlijn 87/102/EEG
1. De Lid-Staten:
a) zien erop toe dat personen die kredieten of bemiddeling bij het sluiten van kredietovereenkomsten aanbieden, daartoe een overheidsvergunning behoeven, hetzij specifiek, hetzij als leverancier van goederen en diensten; of
b) zien erop toe dat een instelling of officiële instantie toezicht uitoefent op de werkzaamheid van personen die kredieten verlenen of daarbij bemiddelen; of
c) bevorderen de oprichting van instanties die kennis kunnen nemen van de klachten over kredietovereenkomsten of kredietvoorwaarden en de consumenten daaromtrent informatie of advies kunnen verstrekken.
2. De Lid-Staten kunnen bepalen dat de in lid 1, onder a), bedoelde vergunning niet vereist is wanneer de personen die aanbieden kredietovereenkomsten te sluiten of daarbij te bemiddelen voldoen aan de omschrijving in artikel 1 van de eerste richtlijn van de Raad van 12 december 1977 tot cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (1), en overeenkomstig die richtlijn een vergunning hebben ontvangen.
Indien personen die kredieten verlenen of daarbij bemiddelen zowel uit hoofde van lid 1, onder a), van dit artikel als uit hoofde van voornoemde richtlijn een specifieke vergunning hebben verkregen en laatstbedoelde vergunning vervolgens ingetrokken wordt, dient de bevoegde autoriteit die uit hoofde van lid 1, onder a), verantwoordelijk is voor het verlenen van de specifieke vergunning om krediet te verlenen, hiervan in kennis te worden gesteld en te besluiten of de betrokken personen voort mogen gaan met het verlenen van kredieten of het daarbij bemiddelen, of dat de specifieke vergunning uit hoofde van lid 1, onder a), moet worden ingetrokken.