Art. 15 Richtlijn 86/653/EEG

Richtlijn 86/653/EEG

1. Indien de overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan, kan elke partij haar met inachtneming van een opzeggingstermijn beëindigen.

2. De opzeggingstermijn bedraagt een maand gedurende het eerste jaar van de overeenkomst, twee maanden indien het tweede jaar is ingegaan, drie maanden indien het derde jaar is ingegaan en gedurende de navolgende jaren. De partijen mogen geen kortere termijnen overeenkomen.

3. De Lid-Staten kunnen een opzeggingstermijn van vier maanden voorschrijven voor het vierde jaar van de overeenkomst, één van vijfde jaar en één van zes maanden voor het zesde jaar en de navolgende jaren. Zij mogen bepalen dat de partijen geen kortere termijnen mogen overeenkomen.

4. Indien de partijen langere dan de in de leden 2 en 3 bedoelde termijnen overeenkomen, dan mag de door de principaal in acht te nemen termijn niet korter zijn dan de door de handelsagent in acht te nemen termijn.

5. Behoudens andersluidende afspraken tussen de partijen moet het einde van de opzeggingstermijn samenvallen met het einde van een kalendermaand.

6. Dit artikel is van toepassing wanneer een overeenkomst voor bepaalde tijd ingevolge artikel 14 wordt omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat bij de berekening van de opzeggingstermijn de tijd voorafgaande aan de omzetting wordt meegerekend.