Art. 5 Richtlijn 86/635/EEG
Als subposten van de bedoelde posten moeten afzonderlijk worden opgenomen:
- de tot de actiefposten 2 tot en met 5 behorende, al dan niet in een waardepapier belichaamde vorderingen op verbonden ondernemingen,
- de tot de actiefposten 2 tot en met 5 behorende, al dan niet in een waardepapier belichaamde vorderingen op ondernemingen waarmede een deelnemingsverhouding bestaat,
- de tot de passiefposten 1, 2, 3 en 8 behorende, al dan niet in schuldbewijzen belichaamde schulden aan verbonden ondernemingen,
- de tot de passiefposten 1, 2, 3 en 8 behorende, al dan niet in schuldbewijzen belichaamde schulden aan ondernemingen waarmede een deelnemingsverhouding bestaat.