Art. 25 Richtlijn 85/611/EEG
1. Een beleggingsmaatschappij of een beheermaatschappij mag, voor het geheel der door haar beheerde en onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallende beleggingsfondsen, niet zoveel aandelen met stemrecht verwerven dat zij daardoor invloed van betekenis kan uitoefenen op het bestuur van een uitgevende instelling.
Tot een latere cooerdinatie moeten de Lid-Staten rekening houden met de in de wetgevingen van de andere Lid-Staten bestaande voorschriften waarin het in lid 1 bedoelde beginsel is omschreven.
2. Voorts mag een beleggingsmaatschappij of beleggingsfonds niet meer verwerven dan:
-10 % aandelen zonder stemrecht van een zelfde uitgevende instelling;
-10 % obligaties van een zelfde uitgevende instelling;
-10 % rechten van deelneming in een zelfde instelling voor collectieve belegging in de zin van artikel 1, lid 2, eerste en tweede streepje.
De in het tweede en derde streepje genoemde begrenzingen behoeven niet in acht te worden genomen indien het brutobedrag van de obligaties of het nettobedrag van de uitgegeven effecten op het tijdstip van verwerving niet kan worden berekend.
3. De Lid-Staten kunnen afzien van de toepassing van de leden 1 en 2 met betrekking tot:
a)door een Lid-Staat of zijn territoriale publiekrechtelijke lichamen uitgegeven of gegarandeerde effecten;
b)door een derde Staat uitgegeven of gegarandeerde effecten;
c)effecten uitgegeven door internationale publiekrechte- lijke instellingen waarin een of meer Lid-Staten deelnemen;
d)aandelen welke een icbe houdt in het kapitaal van een maatschappij van een derde Staat, die haar activa in hoofdzaak belegt in effecten van uitgevende instellingen uit die Staat, wanneer een dergelijke deelneming krachtens de wetgeving van die Staat voor de icbe de enige mogelijkheid is om in effecten van uitgevende instellingen van die Staat te beleggen. Deze afwijking is echter slechts van toepassing indien de maatschappij van de derde Staat bij haar beleggingsbeleid de in artikelen 22 en 24 en artikel 25, leden 1 en 2, gestelde begrenzingen in acht neemt. In geval van overschrijding van de in de artikelen 22 en 24 gestelde begrenzingen is artikel 26 mutatis mutandis van toepasing;
e)aandelen welke een beleggingsmaatschappij houdt in het kapitaal van dochterondernemingen die uitsluitend te haren behoeve bepaalde beheers-, advies- of verhandelingswerkzaamheden verrichten.