Art. 97 Verordening (EEG) nr. 918/83
De in artikel 95 , lid 1 , sub b ) , bedoelde vrijstelling is beperkt tot goederen :
a) die tijdens de tentoonstelling worden verbruikt of tenietgaan ,
en
b) waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling , het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant .