Art. 85 Verordening (EEG) nr. 918/83
1. De in artikel 79 bedoelde organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen of die de met vrijstelling ingevoerde goederen voor andere doeleinden willen gebruiken dan bedoeld in genoemd artikel , dienen de bevoegde autoreiten daarvan in kennis te stellen .
2. Wanneer goederen die in het bezit blijven van organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen , worden overgedragen aan een organisatie die krachtens artikel 79 voor vrijstelling in aanmerking komt of , eventueel , aan een organisatie die krachtens artikel 65 , lid 1 , sub a ) , voor vrijstelling in aanmerking komt , blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde organisatie de betrokken goederen gebruikt voor doeleinden welke recht geven op dergelijke vrijstellingen . In de overige gevallen zijn de genoemde goederen onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop aan genoemde voorwaarden niet langer wordt voldaan , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .
3. Goederen die door de organisatie die vrijstelling geniet , worden gebruikt voor andere doeleinden dan bedoeld in artikel 79 , zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden aangewend , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .