Art. 35 Verordening (EEG) nr. 918/83
Van de vrijstelling zijn uitgesloten :
a) vervoermiddelen die niet het karakter bezitten van produktiemiddelen of middelen in het kader van dienstverlening ;
b) voorraden van ongeacht welke aard , bestemd voor menselijk verbruik of voor voeding van dieren ;
c) brandstoffen en voorraden grondstoffen , eindprodukten of halffabrikaten ;
d) vee dat in het bezit is van veekooplieden .