Art. 143 Verordening (EEG) nr. 918/83

Verordening (EEG) nr. 918/83

1. De bepalingen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze verordening , met uitzondering van de volgende titels en artikelen :

- hoofdstuk I , titels V , XIV , XIX , XXII , XXIII , XXV , XXVI , XXVIII en XXIX ;

- hoofdstuk II , titels II , IV en V ;

- hoofdstuk III , artikel 133 , lid 1 , en artikel 135 ,

worden vastgesteld volgens de in de leden 2 en 3 omschreven procedure .

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van de vast te stellen bepalingen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk . Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van vijfenveertig stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt niet aan de stemming deel .

3. a ) De Commissie stelt de beoogde bepalingen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

b) Wanneer de beoogde bepalingen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld aan de Raad een voorstel betreffende de vast te stellen bepalingen .

De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

c) Indien na verloop van een termijn van drie maanden , te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad , deze geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde bepalingen door de Commissie vastgesteld .