Art. 25 Richtlijn 83/181/EEG
1. De in artikel 24 bedoelde vrijstelling is beperkt tot kapitaalgoederen en andere uitrusting die :
a) behoudens in door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen , daadwerkelijk in het bedrijf zijn gebruikt gedurende ten minste twaalf maanden voor het staken van de activiteiten van het bedrijf in het land waarvandaan de onderneming is overgebracht ;
b) bestemd zijn om na deze overbrenging voor dezelfde doeleinden te worden gebruikt ;
c) bestemd zijn voor de uitoefening van een activiteit die niet op grond van artikel 13 van Richtlijn 77/388/EEG is vrijgesteld ;
d) in overeenstemming zijn met de aard en de omvang van het betrokken bedrijf .
2. De Lid-Staten kunnen evenwel vrijstelling verlenen voor kapitaalgoederen en uitrusting die worden ingevoerd door uit een andere Lid-Staat afkomstige liefdadige of filantropische instellingen bij de overbrenging van hun hoofdkantoor naar de Lid-Staat van invoer .
Deze vrijstelling wordt evenwel slechts verleend mits bij de aankoop van de bedoelde kapitaalgoederen en uitrusting geen vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde is verleend krachtens artikel 15 , punt 12 , van Richtlijn 77/388/EEG .
3. Totdat de in artikel 17 , lid 6 , eerste alinea , van Richtlijn 77/388/EEG bedoelde gemeenschappelijke voorschriften in werking zijn getreden , kunnen de Lid-Staten kapitaalgoederen waarvoor zij van het bepaalde in de tweede alinea van genoemd lid gebruik hebben gemaakt , geheel of gedeeltelijk van de vrijstelling uitsluiten .