Art. 23 Verordening (EEG) nr. 3183/80

Verordening (EEG) nr. 3183/80

1. IN AFWIJKING VAN HET BEPAALDE IN ARTIKEL 22 KAN EEN LID-STAAT TOESTAAN DAT , WANNEER VOOR PRODUKTEN DIE WORDEN UITGEVOERD GEEN UITVOERCERTIFICAAT MOET WORDEN OVERGELEGD , MAAR DAARVOOR DE UITVOERRESTITUTIE VOORAF IS VASTGESTELD , HET VOORFIXATIECERTIFICAAT ALLEEN WORDT OVERGELEGD AAN DE INSTANTIE IN DIE LID-STAAT DIE VERANTWOORDELIJK IS VOOR DE BETALING VAN DE RESTITUTIE .

2. DE LID-STAAT STELT VAST IN WELKE GEVALLEN HET BEPAALDE IN LID 1 WORDT TOEGEPAST EN WELKE VOORWAARDEN DOOR DE BELANGHEBBENDE MOETEN WORDEN VERVULD OM VAN DE IN LID 1 BEDOELDE PROCEDURE GEBRUIK TE KUNNEN MAKEN . VOORTS MOETEN DE BEPALINGEN VAN DE LID-STAAT EEN GELIJKE BEHANDELING VAN ALLE IN DE GEMEENSCHAP AFGEGEVEN CERTIFICATEN WAARBORGEN .

3. DE LID-STAAT WIJST DE INSTANTIE AAN DIE BEVOEGD IS VOOR AFSCHRIJVING EN VISERING VAN HET CERTIFICAAT . ALS DATUM VAN AFSCHRIJVING GELDT DE DATUM WAAROP DE IN ARTIKEL 22 , LID 1 , SUB B ) , BEDOELDE DOUANEFORMALITEITEN ZIJN VERVULD .

4. BIJ HET VERVULLEN VAN BOVENBEDOELDE DOUANEFORMALITEITEN MOET DE BELANGHEBBENDE OP HET DOCUMENT VOOR HET VERKRIJGEN VAN DE RESTITUTIE MET NAME VERMELDEN DAT HIJ GEBRUIK MAAKT VAN HET BEPAALDE IN DIT ARTIKEL EN TEVENS HET NUMMER AANGEVEN VAN HET CERTIFICAAT DAT MOET WORDEN GEBRUIKT VOOR DE BEREKENING VAN DE TE BETALEN RESTITUTIE .