Art. 3 Richtlijn 80/1107/EEG

Richtlijn 80/1107/EEG

1. Om de blootstelling van de werknemers te voorkomen of zo gering te houden als redelijkerwijs uitvoerbaar is, nemen de Lid-Staten, wanneer zij ter bescherming van de werknemers bepalingen inzake een agens vaststellen, - de maatregelen bedoeld in artikel 4,

- de aanvullende maatregelen bedoeld in artikel 5, wanneer het gaat om een der agentia waarvan een eerste lijst in bijlage I is opgenomen.

2. Voor de toepassing van lid 1 bepalen de Lid-Staten in hoeverre elke van de in de artikelen 4 en 5 bedoelde maatregelen zo nodig van toepassing is, gelet op de aard van het agens, de mate en de duur van blootstelling, de ernst van het gevaar en de daaromtrent beschikbare kennis, alsmede de urgentie van de te nemen maatregelen.

3. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om - wat de in bijlage II, deel A, bedoelde agentia betreft een passend toezicht te garanderen op de gezondheidstoestand van de werknemers gedurende de periode van blootstelling;

- wat de in bijlage II, deel B, bedoelde agentia betreft te garanderen dat de werknemers en/of hun vertegenwoordigers op het werk toegang hebben tot een passende voorlichting over de gevaren die genoemde agentia inhouden.

4. Het aannemen van de in lid 3 bedoelde maatregelen door de Lid-Staten houdt niet de verplichting in het bepaalde in de leden 1 en 2 toe te passen.