Art. 11 Richtlijn 80/390/EEG
1. Bij de toelating van door financiële instellingen uitgegeven effecten moet het prospectus bevatten: - ten minste de gegevens die in schema A of B, hoofdstukken 1, 2, 3, 5 en 6 voor aandelen respectievelijk obligaties genoemd zijn, en
- gegevens die zijn aangepast aan de aard van de betrokken uitgevende instellingen en die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in schema A of B, hoofdstukken 4 en 7 genoemd zijn, zulks volgens voorschriften die daartoe in de nationale wetgeving of door de bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld.
2. De Lid-Staten bepalen op welke financiële instellingen dit artikel van toepassing is.
3. De regeling van dit artikel kan worden uitgebreid tot: - instellingen voor collectieve belegging waarvan de bewijzen van deelneming niet krachtens artikel 1, lid 2, eerste streepje, van de werkingssfeer van de richtlijn zijn uitgesloten,
- financieringsmaatschappijen die geen andere activiteiten uitoefenen dan het aantrekken van kapitaal ten behoeve van hun moedermaatschappij of van met deze verbonden ondernemingen, en
- maatschappijen die houder zijn van een portefeuille effecten, licenties of octrooien, en geen andere activiteit uitoefenen dan het beheer van deze portefeuille.