Art. 10 Verordening (EEG) nr. 1725/79
Om ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze verordening in acht worden genomen , nemen de Lid-Staten met name de volgende controlemaatregelen :
1. Ten aanzien van het in artikel 1 , lid 4 , bedoelde maximumwatergehalte geschiedt de controle bij de denaturering van het magere-melkpoeder als zodanig of bij het gebruik van het magere-melkpoeder als zodanig of van het in een mengsel verwerkte magere-melkpoeder voor de vervaardiging van meengvoeder .
Indien evenwel het gebruikte magere-melkpoeder , als zodanig of in de vorm van een mengsel , rechtstreeks komt uit het bedrijf waar het is vervaardigd , dan mag de in de vorige alinea bedoelde controle worden verricht voor het magere-melkpoeder dat bedrijf verlaat .
In dit geval :
a) zorgt de controle-instantie ervoor dat al het gecontroleerde magere-melkpoeder wordt gedenatureerd of in mengvoeder verwerkt , waarbij voor de betaling van de steun geen rekening wordt gehouden met eventuele gewichtsveranderingen als gevolg van een toeneming van het watergehalte ;
b) moeten op de zakken , verpakkingen of recipiënten waarin het magere-melkpoeder zich bevindt de nodige gegevens voorkomen voor de identificatie van het magere-melkpoeder en van het bedrijf waar het is geproduceerd ; bovendien moet daarop de datum van vervaardiging en het nettogewicht van het magere-melkpoeder zijn vermeld ;
c) moeten de door de controle-instantie opgestelde controledocumenten :
- ten minste de hoeveelheid magere-melkpoeder , gegevens ter identificatie van het poeder , de datum van vervaardiging en het geconstateerde watergehalte vermelden ,
- het magere-melkpoeder vergezellen tot de denaturering of de verwerking in mengvoeder ,
- bij de in artikel 8 , lid 5 , bedoelde boekhouding worden gevoegd .
2. De door de betrokken Lid-Staat vastgestelde controlemaatregelen met betrekking tot het gebruik van ondermelk en magere-melkpoeder , als zodanig of verwerkt in een mengsel , voor de vervaardiging van mengvoeder in de zin van artikel 4 , lid 1 , moeten ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen :
a) De controle op de betrokken bedrijven heeft met name betrekking op :
- de samenstelling van de gebruikte ondermelk en het gebruikte magere-melkpoeder als zodanig , om na te gaan of aan de voorschriften van artikel 1 , lid 2 en lid 4 , is voldaan ,
- de samenstelling van de gebruikte mengsels , om na te gaan of aan het bepaalde in artikel 1 , lid 3 en lid 4 , is voldaan ,
- de samenstelling van het vervaardigde mengvoeder , om na te gaan of aan het bepaalde in artikel 4 is voldaan .
Bij de controle moet blijken dat in het gebruikte magere-melkpoeder , als zodanig of verwerkt in een mengsel , met name niet aanwezig zijn :
- luzernemeel of grasmeel ,
- gebroken granen ,
- zetmeel of zetmeelgel ,
- gemalen perskoeken of schroot ,
- vismeel ,
- niet reukloos gemaakte visolie .
b) De controles vinden plaats in de bedrijven zelf en hebben met name betrekking op de produktieomstandigheden , die worden nagegaan door :
- onderzoek van de verwerkte grondstof ,
- controle van de aangevoerde en afgeleverde hoeveelheden ,
- monsterneming ,
- verificatie van de in artikel 8 , lid 3 en lid 5 , bedoelde boekhouding .
c) Deze controles worden niet aangekondigd en vinden regelmatig plaats . Zij worden ten minste om de veertien produktiedragen verricht . De frequentie van de controles wordt met name bepaald op grond van de omvang van de hoeveelheden magere-melkpoeder die door de betrokken bedrijven worden verwerkt en op grond van de frequentie van de grondige controle van de boekhouding overeenkomstig het bepaalde sub d ) . Bedrijven die niet permanent ondermelk of magere-melkpoeder gebruiken , moeten hun produktieprogramma meedelen aan de controleinstantie van de betrokken Lid-Staat , zodat deze instantie kan zorgen voor de nodige controles .
d) Ter aanvulling van de sub c ) bedoelde controles wordt een onaangekondigde , grondige controle van de handelsdocumenten en van de in artikel 8 , lid 3 en lid 5 , bedoelde specifieke voorraadboekhouding verricht .
Deze aanvullende controle mot ten minste om de twaalf maanden worden verricht .
e) Indien de sub d ) bedoelde controle ten minste om de drie maanden wordt verricht , mag de frequentie van de sub c ) bedoelde controles worden verminderd van één controle om de veertien produktiedagen tot één controle om de 28 produktiedagen .
f) De Lid-Staten zijn gemachtigd om tot en met 31 december 1980 van de sub c ) , d ) en e ) vermelde controlefrequenties af te wijken , indien zij bijomende controlemaatregelen treffen , waarover alle nadere gegevens aan de Commissie moeten worden medegedeel voor 1 april 1980 .
g) De sub c ) vermelde controlefrequentie geldt niet wanneer de vervaardiging van het in artikel 4 , lid 1 , bedoelde mengvoeder geschiedt onder permanente controle ter plaatse overeenkomstig het bepaalde sub b ) ; in dit geval hoeft ook niet te worden gecontroleerd of aan de in artikel 4 , lid 1 , sub d ) , bedoelde eis is voldaan .
3. De resultaten van de in lid 2 van artikel 3 en in lid 2 , sub a ) , b ) en c ) , van dit artikel bedoelde controles worden door de controle-instantie opgetekend aan de hand van het analyseformulier en het controleformulier waarvan de modellen in de bijlage I en II zijn opgenomen .
De controle-instantie :
- stuurt een kopie van de controledocumenten en met name van de in de vorige alinea bedoelde formulieren , naar de dienst of het orgaan als bedoeld in artikel 4 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 , belast met de betaling van de steun ;
- stelt de betrokkene een andere kopie van deze documenten ter hand , met name voor het in lid 1 , sub c ) , derde streepje , van dit artikel vermelde doel .