Art. 63 Verordening (EEG) nr. 337/79
1. De bijzonderheden die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van het bepaalde in de bijlagen I , II en III , en met name de in punt 11 van bijlage II bedoelde wijngaardoppervlakten , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 .
2. Volgens dezelfde procedure worden vastgesteld :
a) de analysemethoden waarmee de samenstelling van de in artikel 1 bedoelde produkten kan worden bepaald en de voorschriften waardoor kan worden vastgesteld of deze produkten behandelingen hebben ondergaan die in strijd zijn met de toegelaten oenologische procédés ;
b) zo nodig , de grenswaarden van de aanwezige bestanddelen die kenmerkend zijn voor de aanwending van bepaalde oenologische procédés en van de tabellen aan de hand waarvan de analytische gegevens kunnen worden vergeleken .
3. Indien evenwel de in lid 2 bedoelde communautaire analysemethoden of voorschriften niet zijn vastgesteld , worden toegepast :
a) de analysemethode die voorkomt in bijlage A van de Internationale Conventie voor de unificatie van de analyse - en beoordelingsmethoden voor wijnen , van 13 oktober 1954 ;
b) of , indien deze bijlage geen methode bepaalt , de in de betrokken Lid-Staat van oudsher gebruikte methoden .