Art. 6 Richtlijn 79/117/EEG
1. Na raadpleging door de Commissie van het Wetenschappelijk Comité voor bestrijdingsmiddelen , ingesteld bij Besluit 78/436/EEG ( 4 ) , wordt volgens de procedure van artikel 8 vastgesteld :
a) alle wijzigingen die moeten worden aangebracht binnen de groepen van stoffen A ( kwikverbindingen ) en B ( persistente organische chloorverbindingen ) van kolom 1 van de bijlage ;
b) alle wijzigingen die moeten worden aangebracht in kolom 2 van de bijlage . Wanneer een afwijking moet worden geannuleerd is voorafgaande raadpleging van het Wetenschappelijk Comité niet verplicht wanneer alle Lid-Staten aan de Commissie hebben meegedeeld dat zij niet , of niet langer , voornemens zijn deze afwijking toe te passen . Deze mededeling kan worden doorgegeven aan het Permanent Planteziektenkundig Comité , ingesteld bij Besluit 76/894/EEG ( 5 ) .
2. De bepalingen van lid 1 zijn van toepassing gedurende een tijdvak van vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari 1981 .
De Raad kan met eenparigheid van stemmen , op voorstel van de Commissie , besluiten om de toepassingsduur van lid 1 hetzij te verlengen hetzij elke beperking van de toepassing op te heffen .
3. De Raad stelt op voorstel van de Commissie alle wijzigingen in de bijlage vast die niet vallen onder lid 1 .
4. De Commissie gaat ten minste om de twee jaar na of en in hoeverre kolom 2 van de bijlage moet worden gewijzigd .
5. Alle wijzigingen die in de bijlage moeten worden aangebracht dienen te zijn gebaseerd op de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis .
6. Een actieve stof wordt opgenomen in de bijlage , wanneer gebruik ervan , zelfs indien het op de juiste wijze voor het bestemde doel wordt toegepast ,
a) schadelijke gevolgen heeft of kan hebben voor de gezondheid van mens of dier , of
b) onaanvaardbare schadelijke invloed heeft of kan hebben op het milieu .